Brigitte Grouwels
Brussels Minister
van Openbare werken en Vervoer,
Informatica en Haven van Brussel
| Algemeen |
| Vervoer |
| Openbare werken |
| Haven van Brussel |
| Informatica |
| Bijstand aan personen |
| Welzijn en gezondheid |
| Gezin |
Het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde dood’ in de krant Brussel Deze Week (BDW), over de Vlaams-Brusselse wijkcentra, is tendentieus en bevat manifeste onwaarheden. Wellicht is dit te verklaren door het feit dat de journalist zelfs de moeite niet deed om het betrokken VGC-Collegelid hierover wat vragen te stellen. Er werd bewust gekozen om slechts één – sterk vertekende - visie weer te geven.
Zo wordt volkomen gratuit beweerd dat de VGC een beleid van sociale afbraak voert. Cijfers om dat te staven, worden uiteraard niet gegeven. De waarheid is dat de VGC deze legislatuur een beleid voert dat erop gericht is het bestaande eerstelijns aanbod inzake welzijn, gezondheid en gezinsbeleid te versterken en uit te breiden en dat de budgetten daarvoor elk jaar verhoogd worden.
Helemaal grof wordt het wanneer de journalist schrijft dat de VGC ervoor kiest “om de eigen gemeenschap in Brussel te bedienen” en dat bijgevolg “armen, illegalen, anderstaligen” uit de boot vallen. Dit is gewoon een manifeste leugen en iedereen die een beetje vertrouwd is met het publiek dat aanwezig is in de door de VGC gesubsidieerde voorzieningen weet dit. De VGC voert een bijzonder open beleid tegenover iedereen die in deze stad gebruik wil maken van onze voorzieningen. Dat wij daarbij ook aandacht hebben voor de Brusselse Vlamingen, is een feit. Als de VGC al niet meer de belangen van de Nederlandstaligen in Brussel ter harte neemt, wie dan wel?
Wat de wijkcentra betreft, is de waarheid dat de VGC al heel lang het gesprek voert om via een nieuwe regelgeving een solide basis te scheppen voor de kleinere wijkwerkingen die niet opgevangen kunnen worden in ruimere – door de VGC royaal gesubsidieerde – organisaties. Maar dat vereist natuurlijk dat men uit zijn egelstelling komt die er tot nu toe in bestaat om te eisen dat de VGC gewoon een subsidiëring blindelings voortzet waarvoor geen reglementaire basis bestaat en ook geen middelen. Het laatste zinnetje in het artikel, dat suggereert dat het bevoegde Collegelid nu pas bereid zou zijn om te praten, is dan ook één van de grofste onwaarheden in het hele artikel.
15/12/11